Mark krijgt een rekening.
Hij moet 50 euro betalen.
Hij wil het via internet doen.
Hij opent zijn bankapp.
Hij logt in met een code.
Hij zoekt de rekening.
Hij typt het bedrag in.
Hij controleert de gegevens.
Alles klopt.
Hij drukt op 'betalen'.
Zijn bank stuurt een sms.
Daarin staat een code.
• Rekening → Een papier of e-mail met hoeveel je moet betalen.
• Internetbankieren → Geld overmaken via de computer of telefoon.
• Bank app → Een programma op je telefoon voor je geldzaken.
• Bedrag → Hoeveel geld iets kost.
• Gegevens → Belangrijke informatie, zoals een naam of een nummer.
Mobirise free builder - Check this